Situationeel leiderschap betekent dat je als leidinggevende bewust wisselt van stijl, sturen, coachen, ondersteunen of delegeren, afhankelijk van wat een medewerker bij een specifieke taak nodig heeft. Het gaat mis zodra je blijft leidinggeven vanuit je eigen voorkeursstijl, ongeacht de situatie.
De meest voorkomende valkuil is sturen vanuit de eigen voorkeursstijl in plaats van vanuit wat de medewerker en de situatie nodig hebben. Bewust differentiëren vraagt zelfreflectie en de bereidheid gedrag af te leren dat ooit succesvol was.
Een patroon dat we vaker tegenkomen: een leidinggevende die veel verantwoordelijkheid naar zich toetrekt. Medewerkers nemen minder eigenaarschap, komen vaker terug met vragen en de leidinggevende gaat nog meer controleren.
Sturen of instrueren, coachen of overtuigen, ondersteunen of participeren en delegeren. Dezelfde medewerker kan bij de ene taak sturing nodig hebben en bij de andere taak volledige vrijheid.
Ken je eigen voorkeursstijl, beoordeel per medewerker én per taak wat nodig is, leer oud gedrag af wanneer het in de weg zit en maak hardop duidelijk waarom je ruimte geeft of ingrijpt.
Situationeel leiderschap is geen willekeurig flexibel gedrag. Het is bewust kiezen, toepassen en evalueren welke stijl past bij de taak, medewerker en situatie.
Situationeel leiderschap is geen willekeurig aanpassen van je gedrag. Je kiest bewust een stijl op basis van wat een medewerker bij een specifieke taak nodig heeft en evalueert daarna of je moet bijsturen.
Nee. Het gaat om passende duidelijkheid, ondersteuning en beslissingsruimte.
Kijk per taak naar ervaring, vaardigheid, vertrouwen en eigenaarschap.
Je kunt het trainen door zelfreflectie te combineren met oefenen in echte gesprekken en werksituaties.
Ja. Het helpt om ruimte bewust te geven en tijdelijk meer richting te bieden bij nieuwe taken.